Afschot riolering

Afschot riolering betekenis

Onder afschot wordt verstaan een bewust aangebrachte helling van een leiding of afvoer om ervoor te zorgen dat een vloeistof afloopt of wegloopt. Vaak wordt het afschot aangegeven in centimeters per meter dat het afwijkt naar beneden in vergelijking met waterpas.

Afschot riolering noodzaak

Leidingwerk wordt op afschot gemonteerd, zodat het net niet waterpas is om ervoor te zorgen dat de vloeistof naar een centraal punt wordt geleid.

De afvoerbuizen van een rioleringssysteem liggen op afschot om de doorstroming van het afvalwater te waarborgen. Het afschot van riolering bedraagt minimaal 0,5 cm/m (0,5% of 1:200). Volgens NEN 3215 moet het afschot van liggende verzamelleidingen voor afvalwaterrioleringen tussen 5 mm/m en 20 mm/m liggen. Wij adviseren om een afschot van 10 mm/m aan te houden. Dit is gemakkelijk te onthouden en te controleren en het geeft enige marge ten opzichte van het minimum-afschot.

Bij liggende leidingen van keukens is het gebruikelijk deze een afschot van 20 mm/m te geven om zo veel mogelijk te voorkomen dat vet neerslaat op de binnenkant van de buis. Probeer daarbij elke richtingsverandering te vermijden.

Bij regenwaterleidingen is het afschot minder belangrijk voor verstoppingen, wel voor de capaciteit. Desondanks wordt een minimum afschot van 5 mm/m geadviseerd om plasvorming te voorkomen.

Afschot riolering te groot

Als het afschot te groot is, dan zal het afvalwater snel wegstromen. Als het afvalwater te snel wegstroomt, bestaat de kans dat het niet de zwaardere bestanddelen allemaal meeneemt. Hierdoor ontstaat de kans dat de niet vloeibare bestanddelen, zoals ontlasting, achterblijven in de riolering. Hierdoor wordt de kans op een verstopping vergroot.

Afschot riolering te klein

Bij een te klein afschot stroomt het afvalwater te langzaam weg. Hierdoor kunnen niet vloeibare bestanddelen onvoldoende worden meegenomen en het vuil neerslaat in de leiding, waardoor er op den duur een verhoogde kans is op een verstopping van de riolering.

Zowel een te groot afschot als een te klein afschot kunnen dus als resultaat hebben dat de riolering verstopt raakt.

Wat verhoogd de kans op een verstopping?

  • te groot afschot
  • te klein afschot
  • lange leidingen
  • veel bochten in de leiding

Naast een te groot of een te klein afschot, wordt de kans op een verstopping groter als de leiding langer is en als er veel bochten in de verzamelleiding zijn opgenomen. Daarom stelt NTR 3216 eisen aan de maximum lengte en het maximale aantal bochten. Bijvoorbeeld voor de afvoer van een toilet mag de totale lengte van de verzamelleiding incl. toestelleiding niet meer zijn dan 8 meter met een maximale richtingsverandering van 135° (dus niet meer dan 3 bochten 45°).

Tip: Probeer elke richtingsverandering te vermijden. We zijn vaak geneigd om de leiding mooi evenwijdig aan het gebouw aan te leggen, met rechthoekige vormen. Het is beter om zo recht mogelijke lijn van de afvoer naar de verzamelleiding.