Een goede beregeningsinstallatie begint met de juiste hoofdleiding. In de meeste tuinen, sportvelden, weilanden en agrarische toepassingen is een tyleenslang, ook wel PE-leiding genoemd, hiervoor de beste keuze. Tyleenslang is sterk, flexibel, eenvoudig te verwerken en geschikt voor ondergrondse aanleg. Bovendien is de leiding verkrijgbaar in verschillende diameters en drukklassen, waardoor je zowel een kleine tuin als een uitgebreide beregeningsinstallatie kunt aanleggen.
De keuze voor de juiste tyleenslang is belangrijker dan veel mensen denken. Een te kleine leiding veroorzaakt drukverlies, waardoor sproeiers minder ver sproeien of zelfs niet goed functioneren. Een goed gedimensioneerde hoofdleiding zorgt ervoor dat iedere sproeier voldoende water en druk krijgt. Op deze adviespagina lees je welke tyleenslang je nodig hebt voor beregening, welke diameter het meest geschikt is, hoe je drukverlies voorkomt en hoe je een duurzame beregeningsinstallatie aanlegt.
Waarom wordt tyleenslang gebruikt voor beregening?
Vrijwel alle professionele beregeningsinstallaties maken gebruik van PE-tyleenslang als hoofdleiding. Dat is niet zonder reden. PE-leiding is bestand tegen vocht, meststoffen en de meeste stoffen die in een tuin of landbouwomgeving voorkomen. De leiding roest niet, heeft een gladde binnenwand en kan tientallen jaren meegaan wanneer deze correct wordt aangelegd. Doordat tyleenslang op rol wordt geleverd, kun je lange trajecten met weinig koppelingen aanleggen. Dat verkleint de kans op lekkages en maakt de montage eenvoudiger. Daarnaast is PE flexibel. Hierdoor kun je lichte bochten maken zonder direct een knie te hoeven gebruiken.
Wat is een beregeningsleiding?
Een beregeningsleiding is de hoofdleiding die water transporteert van de waterbron naar de verschillende sproeiers, druppelslangen of tappunten. De waterbron kan bestaan uit:
- leidingwater;
- een grondwaterpomp;
- een bron;
- een regenwateropslag;
- een hydrofoorinstallatie.
Vanaf de hoofdleiding worden aftakkingen gemaakt naar de verschillende beregeningszones. Een goed ontworpen beregeningssysteem bestaat meestal uit één ruime hoofdleiding met kleinere aftakkingen naar de afzonderlijke sproeiers.
Waarom is de juiste diameter zo belangrijk?
De diameter bepaalt hoeveel water zonder veel weerstand door de leiding kan stromen. Bij een te kleine leiding ontstaat veel drukverlies. Daardoor blijft aan het einde van de leiding minder druk over voor de sproeiers. Dat merk je bijvoorbeeld doordat:
- sproeiers minder ver sproeien;
- sproeiers niet volledig omhoog komen;
- meerdere sproeiers tegelijk slecht functioneren;
- de pomp harder moet werken;
- het waterverbruik minder efficiënt wordt.
Een grotere leiding verlaagt de stroomsnelheid en vermindert daardoor het drukverlies. Gebruik onze handige drukverlies calculator om het drukverlies voor jouw leiding te berekenen en lees alles over drukverlies op onze adviespagina Drukverlies berekenen.
Welke diameter tyleenslang heb je nodig?
Voor beregeningsinstallaties worden voornamelijk de diameters 25, 32 en 40 mm gebruikt. Welke maat het beste is, hangt af van:
- de leidinglengte;
- het aantal sproeiers;
- het totale waterverbruik;
- de beschikbare waterdruk;
- de pompcapaciteit.
Onderstaande tabel geeft een eerste indicatie.
| Diameter | Geschikt voor |
|---|---|
| 20 mm | Kleine aftakkingen |
| 25 mm | Kleine tuinberegening |
| 32 mm | Gemiddelde beregeningsinstallatie |
| 40 mm | Grote beregening of hoofdleiding |
| 50 mm | Grote professionele installaties |
Wanneer kies je 25 mm?
Een tyleenslang van 25 mm is geschikt voor kleine particuliere beregeningsinstallaties. Bijvoorbeeld:
- één of twee sproeiers;
- een korte leiding;
- een kleine tuin;
- een beperkt waterverbruik.
Wanneer de leiding langer wordt dan ongeveer vijftig meter of meerdere sproeiers tegelijk werken, is 32 mm meestal een betere keuze.
Wanneer kies je 32 mm?
Een PE-leiding van 32 mm is de meest gebruikte maat voor particuliere beregeningsinstallaties. Deze diameter is geschikt voor:
- meerdere sproeiers;
- langere leidingen;
- meerdere beregeningszones;
- middelgrote pompen;
- een ruime hoofdleiding.
Door de grotere binnendiameter blijft het drukverlies beperkt.
Wanneer kies je 40 mm?
Voor grotere installaties wordt vaak een hoofdleiding van 40 mm gebruikt. Bijvoorbeeld wanneer:
- meerdere beregeningsgroepen tegelijk werken;
- een krachtige pomp wordt gebruikt;
- het totale debiet hoog is;
- de leiding erg lang wordt.
Vanaf de hoofdleiding van 40 mm kan vervolgens worden afgetakt naar 32 of 25 mm.
Hoeveel water gebruikt een beregeningsinstallatie?
Dat hangt af van de gebruikte sproeiers. Een kleine sproeier verbruikt vaak ongeveer 5 tot 10 liter per minuut. Grotere turbinesproeiers kunnen 15 tot meer dan 30 liter per minuut gebruiken. Wanneer meerdere sproeiers tegelijk werken, tel je het verbruik bij elkaar op. Voorbeeld:
Vier sproeiers gebruiken ieder 8 liter per minuut.
Het totale debiet wordt dan: 4 × 8 = 32 liter per minuut
De hoofdleiding moet dit debiet zonder veel drukverlies kunnen transporteren. Wil je het bediet voor jouw situatie berekenen? Gebruk dan onze handige debiet calculator en lees alles over bediet op onze adviespagina Debiet berekenen.
Wat is drukverlies?
Wanneer water door een leiding stroomt, ontstaat weerstand tegen de leidingwand. Deze weerstand veroorzaakt drukverlies. Het drukverlies wordt groter door:
- kleinere diameters;
- langere leidingen;
- hogere stroomsnelheden;
- veel bochten;
- afsluiters;
- filters;
- koppelingen.
Een goede beregeningsinstallatie houdt het drukverlies zo laag mogelijk. Bereken snel en eenvoudig het drukverlies voor jouw installatie met onze handige drukverlies calculator en lees alles over drukverlies op onze adviespagina drukverlies berekenen.
Voorbeeld van drukverlies
Stel dat een pomp 4 bar levert. Door een lange leiding van 25 mm kan onderweg bijvoorbeeld 1,5 bar verloren gaan. Bij de sproeier blijft dan nog slechts 2,5 bar over. Veel sproeiers functioneren hierdoor minder goed. Gebruik je in dezelfde situatie een hoofdleiding van 32 mm, dan kan het drukverlies aanzienlijk lager zijn.
Welke druk hebben sproeiers nodig?
Iedere sproeier heeft een optimale werkdruk. Bij veel tuinberegening ligt deze tussen ongeveer 2 en 4 bar. Controleer daarom altijd de specificaties van de sproeier. Een pomp die 5 bar levert betekent niet automatisch dat ook 5 bar bij de sproeier aankomt. Leidingverlies moet altijd worden meegerekend.
Welke drukklasse heb je nodig?
Voor beregening wordt meestal gekozen voor:
- PN10;
- PN16.
Een installatie op leidingwater gebruikt vaak PN10. Bij krachtige pompen of hogere werkdrukken wordt regelmatig PN16 toegepast. Controleer altijd de maximale druk van:
- de pomp;
- de leiding;
- de koppelingen;
- de sproeiers;
- de magneetventielen.
Beregening op leidingwater
Voor een eenvoudige tuinberegening is leidingwater vaak voldoende. Controleer eerst:
- de beschikbare waterdruk;
- het aantal liters per minuut;
- de gewenste sproeiers.
Wanneer de capaciteit beperkt is, kan het nodig zijn om de installatie in meerdere beregeningszones op te delen.
Beregening met een pomp
Een pomp wordt toegepast wanneer:
- leidingwater onvoldoende capaciteit heeft;
- grondwater wordt gebruikt;
- regenwater wordt opgepompt;
- een groot oppervlak wordt beregend.
De hoofdleiding moet passen bij de pompcapaciteit. Een krachtige pomp aansluiten op een te kleine leiding beperkt de prestaties van de installatie.
Hoofdleiding en aftakkingen
Bij een goede installatie blijft de hoofdleiding zo lang mogelijk groot. Pas vlak voor de sproeiers wordt eventueel overgegaan naar een kleinere diameter.
Een veelgebruikte opbouw is:
40 mm hoofdleiding
↓
32 mm zoneleiding
↓
25 mm aansluiting naar de sproeier
Hierdoor blijft het drukverlies beperkt.
Welke koppelingen gebruik je?
Voor PE-beregeningsleidingen worden speciale tyleenkoppelingen gebruikt. Veel voorkomende koppelingen zijn:
- rechte koppelingen;
- knieën;
- T-stukken;
- verloopkoppelingen;
- eindstoppen;
- kogelkranen;
- muurplaten.
Gebruik altijd koppelingen met dezelfde buitendiameter als de leiding. Met onze handige keuzehulp tyleenkoppeling zie je snel en eenvoudig welke tyleenkoppeling geschikt is voor jouw situatie. Op onze adviespagine Welke tyleenkoppeling heb ik nodig? lees je alles over de verschillende tyleenkoppelingen en hun toepassingen.
Hoe diep moet een beregeningsleiding liggen?
Een beregeningsleiding wordt meestal op ongeveer 30 tot 40 centimeter diepte gelegd. Wanneer de installatie in de winter volledig wordt afgetapt, is dit meestal voldoende. Blijft de leiding het hele jaar gevuld met water, dan is een grotere aanlegdiepte verstandig.
Moet een beregeningsleiding vorstvrij liggen?
Niet altijd. Veel beregeningsinstallaties worden vóór de winter volledig afgetapt of met perslucht leeggeblazen. Hierdoor blijft geen water in de leiding achter. Wanneer de installatie permanent onder druk blijft staan, moet rekening worden gehouden met vorst.
Kan een beregeningsleiding worden leeggeblazen?
Ja. Professionele beregeningsinstallaties worden vaak met perslucht leeggeblazen. Hierdoor verdwijnen vrijwel alle waterresten uit:
- de hoofdleiding;
- sproeiers;
- ventielen;
- aftakkingen.
Dit verkleint de kans op vorstschade aanzienlijk. Gebruik hiervoor uitsluitend de methode die door de fabrikant van de installatie wordt voorgeschreven.
Beregeningszones maken
Grotere installaties worden verdeeld in meerdere zones. Iedere zone krijgt een eigen magneetventiel. Hierdoor hoeft niet de volledige tuin tegelijk beregend te worden. Voordelen hiervan zijn:
- lagere piekbelasting;
- kleinere pomp;
- minder drukverlies;
- efficiëntere waterverdeling.
Druppelslang combineren met tyleenslang
Een tyleenslang wordt vaak gebruikt als hoofdleiding. Vanaf deze leiding wordt vervolgens een druppelslang aangesloten. Hierdoor profiteer je van:
- weinig drukverlies in de hoofdleiding;
- eenvoudige uitbreiding;
- efficiënte waterverdeling.
Gebruik hiervoor passende overgangskoppelingen.
Veelgemaakte fouten
Een veelgemaakte fout is een hoofdleiding kiezen op basis van de pompaansluiting. De diameter moet juist worden bepaald op basis van het debiet en de leidinglengte. Ook wordt vaak vergeten dat meerdere sproeiers tegelijk werken. Daarnaast worden onnodig veel knieën toegepast. Iedere bocht veroorzaakt extra weerstand. Verder wordt regelmatig gekozen voor een te kleine hoofdleiding om kosten te besparen. Dit leidt later vaak tot onvoldoende sproeibereik.
Stappenplan
Stap 1
Bepaal hoeveel sproeiers tegelijk werken.
Stap 2
Bereken het totale waterverbruik.
Stap 3
Meet de leidinglengte.
Stap 4
Controleer de beschikbare druk.
Stap 5
Kies de juiste diameter.
Stap 6
Controleer de drukklasse.
Stap 7
Gebruik passende tyleenkoppelingen.
Stap 8
Test de installatie op drukverlies.
Tyleenslang voor beregening kopen bij PVCVoordeel
Bij PVCVoordeel vind je een compleet assortiment PE-tyleenslangen, tyleenkoppelingen, kogelkranen, afsluiters en accessoires voor iedere beregeningsinstallatie. Of je nu een eenvoudige tuin wilt beregenen of een complete installatie voor een groot perceel aanlegt, je vindt alle benodigde onderdelen overzichtelijk bij elkaar. Dankzij de ruime keuze in diameters en drukklassen stel je eenvoudig een installatie samen die past bij jouw waterbron, pomp en beregeningssysteem.
Een goede beregeningsinstallatie begint met de juiste tyleenslang. Voor kleine tuinen is 25 mm vaak voldoende, maar voor de meeste particuliere beregeningsinstallaties is 32 mm de beste keuze. Bij grote installaties en krachtige pompen wordt vaak een hoofdleiding van 40 mm toegepast. Door de diameter af te stemmen op het waterverbruik, de leidinglengte en de beschikbare druk voorkom je onnodig drukverlies en functioneren sproeiers optimaal. Kies daarnaast een passende drukklasse, gebruik kwalitatieve tyleenkoppelingen en leg de leiding zorgvuldig aan. Zo geniet je jarenlang van een betrouwbare en efficiënte beregeningsinstallatie.
PVCVoordeel: Beter en sneller dan zelf naar de winkel!
Veelgestelde vragen
Welke tyleenslang gebruik je voor beregening?
Voor de meeste particuliere installaties wordt 25 of 32 mm gebruikt.
Welke diameter is het meest geschikt?
32 mm is voor veel tuinberegeningen de beste keuze.
Is 25 mm voldoende?
Voor kleine installaties meestal wel. Bij langere leidingen of meerdere sproeiers is 32 mm vaak beter.
Welke drukklasse heb ik nodig?
Meestal PN10. Bij pompinstallaties wordt vaak PN16 gekozen.
Hoe diep moet de leiding liggen?
Gewoonlijk 30 tot 40 centimeter wanneer de installatie in de winter wordt afgetapt.
Kan ik tyleenslang combineren met druppelslang?
Ja. De PE-leiding wordt gebruikt als hoofdleiding en de druppelslang als aftakking.
Moet ik de installatie leegmaken in de winter?
Ja, wanneer de leiding niet vorstvrij ligt. Veel installaties worden afgetapt of met perslucht leeggeblazen.
Welke koppelingen gebruik ik?
Gebruik speciale tyleenkoppelingen die passen bij de buitendiameter van de PE-leiding.